Praktijkgenoten:
Ben
van Berkel
Ik ben maatschappelijk werker,
trainer communicatievaardigheden en systeemtherapeut, werk meer
dan 25 jaar met kinderen en gezinnen en verzorg oudercursussen.
In 1993 zette ik in Utrecht een
ambulante afdeling in een jeugdzorginstelling op. Deze afdeling
leid ik nog steeds en heeft zich vanaf het begin gespecialiseerd
in de behandeling van kinderen en gezinnen waarin
hechtingsproblematiek speelt.
Vanaf de oprichting in 1995 ben ik
betrokken bij Bebeth.
Ik ben getrouwd en heb drie volwassen kinderen en
een kleinkind.
Betty
Smit
Ik ben Oefentherapeut Cesar en
werk al meer dan 30 jaar in een Jeugdzorginstelling met jonge
kinderen. In de loop der jaren ontwikkelde ik de
Ouder-kindtherapie. Deze therapie is speciaal voor gezinnen
waarin hechtingsproblematiek speelt.
Vanaf de start van de praktijk heb
ik veel gezinnen behandeld met zowel biologisch eigen kinderen
als met pleeg- en adoptiekinderen.
Ik heb één volwassen dochter.
Thijs
Franssen
Ik ben orthopedagoog met een
registratie Gz-psycholoog en werk al bijna 30 jaar in een
jeugdzorginstelling voor jonge kinderen met gedrags- en
ontwikkelingsproblemen en hun ouders.
Aanvankelijk als groepsleider,
vanaf 1983 als orthopedagoog en later als
behandelingscoördinator.
Vanaf de oprichting ben ik
betrokken bij Bebeth.
Ik ben getrouwd en heb drie
kinderen
Gezamenlijke ervaring
Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw
werkten wij in de jeugdhulpverlening. Veel kinderen waarmee we te
maken hadden vertoonden – hoe jong ze vaak ook waren - ernstige
gedragsproblemen. Het ging dan om:
-
Jonge
kinderen die hun ouders niet meer willen horen;
-
Kinderen die
hun eigen gang gaan en zich niet laten corrigeren;
-
Ouders
en kind die elkaar niet (meer) lijken te kunnen bereiken;
-
Ouders die het
niet met elkaar eens zijn over de aanpak van hun kind;
-
Ouders die de
moed hebben verloren in hun strijd met hun kind om het
leiderschap;
-
Ouders die
veel inconsistent opvoedingsgedrag laten zien, omdat ze alles
al geprobeerd hebben en niets lijkt te helpen;
-
Ouders die wel
ongeveer weten hoe het zou moeten, maar die de vaardigheden
niet hebben of de moed niet meer op kunnen brengen;
-
Ouders die
eigenlijk ontzettend kwaad zijn op hun kind, omdat het hen
dagelijks laat voelen hoe incompetent ze zijn als ouder;
-
Ouders
die denken dat hun kind hen al vanaf zijn babytijd probeert te
pesten en onderuit te halen.
Kortom,
ieder van ons had in het werk te maken met wanhoop; met de
wanhoop van ouders, met die van de kinderen (wat bleek uit hun
gedrag), maar ook met onze eigen wanhoop als hulpverlener.
Als hulpverleners wisten we meestal
wel hoe het anders zou kunnen, maar was het vaak een stuk lastiger
om dat over te brengen. Bovendien, waar begin je als het kind zich
moeilijk laat begrijpen en bijv. de ouderlijke relatie onder grote
druk staat. Als de ouders eigenlijk geen positieve gevoelens meer
kunnen opbrengen voor hun kind en ze daarnaast nog zoveel andere
zorgen hebben?
Begin je bij het aanleren van
opvoedingsvaardigheden? Bij de matige relatie van de ouders? Bij het
meehelpen oplossingen zoeken voor hun benarde sociale, financiële
en/of maatschappelijke situatie?
Als hulpverleners deden we wat we
konden, maar we voelden ons toch vaak machteloos en tot
fundamentele veranderingen kwam het veelal niet.
De kern van de problematiek bleef
vaak bestaan, namelijk de pijnlijke zekerheid dat er iets goed fout
zat in de relatie. De relatie tussen het kind en zijn ouders of in
ruimere zin, in het systeem waarin het kind leeft (gezin, familie,
school).
Op basis van deze ervaringen en de
discussies over een manier waarop we met deze relatieproblemen
konden omgaan, ontwikkelden we stap voor stap andere
behandelingsmogelijkheden, zowel ten aanzien van de problematiek
van de kinderen als van die van de gezinnen.
“Hechtingsstoornissen,
orthopedagogische behandelingsstrategieën” van De Lange (1991) en
“Gehechtheid van ouders en kinderen” van Van IJzendoorn (1994)
onderbouwden onze denkbeelden en het zich ontwikkelende
behandelingsmodel theoretisch.
We raakten ervan overtuigd dat het
ontbreken van een veilige gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind
een essentiële (onderliggende) factor is bij veel, niet alle,
opvoedings-, gedrags- of ontwikkelingsproblemen en dat het oplossen
van die problemen eigenlijk niet goed mogelijk is zonder ook aan
het herstel van de relatie te werken.
Deze
noties vormen de uitgangspunten van onze manier van werken en van
het boek “Liefdevol dubbelvouwen”
(oktober 2008).
Ben van Berkel
Betty Smit
Thijs Franssen.